Gemeenschappelijke regelingen zijn samenwerkingsverbanden tussen openbare lichamen zoals gemeenten, provincies en waterschappen. Een gemeenschappelijke regeling wordt ingesteld op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Er zijn vier soorten:
- een openbaar lichaam met een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en
een voorzitter;
- een gemeenschappelijk orgaan zonder rechtspersoonlijkheid
- een gemeenschappelijk regeling waarbij de gemeenschappelijke taken worden
uitgevoerd door een zogenaamde centrumgemeente
- Een regeling zonder organisatorisch verband (bestuursovereenkomst).
De gemeenschappelijke taken worden door elk van de deelnemers zelf
uitgevoerd.
Het Openbaar lichaam is de zwaarste vorm.
Het openbaar lichaam bevat rechtspersoonlijkheid om rechtshandelingen uit te kunnen voeren. Deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling zijn overheidspartijen, maar ook private partijen (met het oog op de toekomst). De besturen van de private partijen dienen daartoe dan wel bij koninklijk besluit te zijn gemachtigd. Voor zover de bestuursorganen van de gemeenschappelijke regeling besluiten in de zin van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) nemen is de bezwaarprocedure van de Awb van toepassing.
Het Openbaar lichaam bestaat uit een Algemeen Bestuur, een Dagelijks Bestuur en een Voorzitter. Overigens is het mogelijk om een of meer leden van het dagelijks bestuur van buiten het algemeen bestuur aan te wijzen, wanneer de aard van de regeling daartoe aanleiding geeft.
De taakverdeling van het algemeen en dagelijks bestuur en de voorzitter ligt vast in de
Wet Gemeenschappelijke Regelingen.
Gemeenschappelijke regelingen, met uitzondering van de gemeenschappelijke regeling zonder organisatorisch verband, hebben eigen bevoegdheden voor wat betreft het opstellen van verordeningen, het handhaven van regels en het opleggen van bestuursdwang.
Een belangrijk aspect is de slagvaardigheid en efficiëntie. Qua slagvaardigheid kan een gemeenschappelijke regeling even ‘efficiënt handelen als een stichting. Net als bij de stichting bestaat het bestuur van het Openbaar Lichaam uit een algemeen en een dagelijks bestuur. In het algemeen bestuur hebben de leden zitting die ook in het stichtingsbestuur zitting zouden nemen. Het algemeen bestuur beslist over beleidszaken. Het dagelijks bestuur, dat vanuit het algemeen bestuur wordt samengesteld, is belast met de dagelijkse gang van zaken. Zij kunnen snel inspringen op zaken die ook een snelle handelingssnelheid vereisen.