De toekenning van gelden voor het landschapsbeheer kan in grote lijnen op twee manieren.
Het privaatrechtelijke model
In dit model is een privaatrechtelijke rechtspersoon (bijvoorbeeld een stichting of een vereniging) belast met het verstrekken van de gelden aan de landschapsbeheerder. De financiers (overheden maar ook private partijen) stellen de middelen daarvoor beschikbaar aan een privaatrechtelijke rechtspersoon. Vanuit de overheid gaat het vaak om een subsidie aan het landschapsfonds. Voor een samenvatting van privaatrechtelijk model en juridisch relevante vragen
lees hier verder
Het publiekrechtelijke model
In dit model verstrekt de overheid direct (dat wil zeggen zonder tussenkomst van een privaatrechtelijke rechtspersoon) gelden aan de landschapsbeheerder. De publiekrechtelijke rechtshandelingen vanuit een publiekrechtelijke rechtsvorm vallen onder de regels van het bestuursrecht (democratische controle, comptabiliteitsvoorschriften, ambtenarenrechtspositie, verbod op willekeur, gelijkheidsbeginsel). De privaatrechtelijke rechtshandelingen van deze publiekrechtelijke rechtsvormen vallen onder het gewone burgerlijk recht (contracten, aansprakelijkheid fondsbestuur). Voor een samenvatting van publiekrechtelijk model en juridisch relevante vragen
lees hier verder
Afwegingen
De deelnemende overheden kunnen aan publiekrechtelijke modellen op eenvoudige wijze publieke taken en bevoegdheden overdragen. Aan privaatrechtelijk vormen is dat maar in beperkte mate het geval.
Bij een joint-venture strategie dragen de overheden essentiele sturingsinstrumenten over aan een centrale beheerorganisatie. Het overdragen van bepaalde publiekrechtelijke taken, zoals het stellen van regels, kan alleen aan een publiekrechtelijke organisatie, zoals een gemeenschappelijke regeling of een bestuurscommissie.
Een privaatrechtelijke rechtsvorm kan daarentegen slagvaardiger opereren.
In de praktijk lijkt de keuze voor een privaatrechtelijk model of een publiekrechtelijk model vooral gebaseerd te zijn op de provinciale sturingsfilosofie. Zo kozen de provincies Noord-Brabant en Gelderland voor een publiekrechtelijk model en de provincie Overijssel voor een privaatrechtelijk model bij het opzetten van Groenblauwe diensten.
Vanuit een juridische optiek bezien verdient het bestuursrechtelijke model de voorkeur boven het privaatrechtelijke model. De belangrijkste reden daarvoor is dat het privaatrechtelijke model een staatssteunrisico inhoudt voor de relatie tussen de overheid en het landschapsfonds en dat de overheid de opdrachten wellicht moet aanbesteden om de privaatrechtelijke partij te kiezen.
Het privaatrechtelijke model brengt als potentiële bestuursrechtelijke risico met zich mee dat de financiering tussen de provincie en de stichtingen respectievelijk de stichtingen en derden als een vorm van subsidieverlening kan worden aangemerkt, met alle consequenties van dien. In dat geval is de Algemene Wet bestuursrecht van toepassing op de besluiten die het landschapsfonds neemt.
Als het noodzakelijk is om de gelden van het landschapsfonds bij het National Groenfonds aan te houden (bijvoorbeeld voor Rijksgelden) is dit in het bestuursrechtelijke model gemakkelijker te realiseren. Voor een privaatrechtelijke rechtspersoon moet een voorziening worden getroffen om deze te verplichten om de gelden aan te houden bij het Nationaal Groenfonds.