Voordat de uitvoering van start kan gaan stelt het bestuur de financiële kaders voor de uitvoeringsorganisatie vast. Het gaat dan onder andere om:
1) de uitbetalingsystematiek: vindt er alleen betaling achteraf plaats of is er ook
sprake van betaling van voorschotten? Welke voorwaarden zijn toepassing bij
het uitkeren van voorschotten?
2) Het mandaat voor de uitvoeringsorganisatie: welk mandaat krijgt de
uitvoeringsorganisatie bij het doen van uitbetalingen? Zijn er uitbetalingen die
aan bestuur moeten worden voorgelegd? Krijgt de uitvoeringsorganisatie het
mandaat voor het aantrekken van voorfinancieringen en/of leningen, en zo ja,
tot welk maximum bedrag?
3) Eventuele deelbudgetten: werkt het landschapsfonds met deelbudgetten, en hoe
groot zijn deze?
Tevens legt het bestuur vast op welke wijze de uitvoeringsorganisatie verantwoording aflegt Via periodieke rapportages, en het jaarverslag (inclusief accountantsrapportage).
Tot slot dient de financieel beheerder een project-rekening voor het landschapsfonds te openen. Het bestuur van het landschapsfonds bepaalt welke personen gemachtigd zijn om betalingen te doen via deze project-rekening.