Nationaal Groenfonds
Postbus 15
3870 DA Hoevelaken

Bezoekadres:
Westerdorpsstraat 68
3871 AZ Hoevelaken

Telefoon: 033 253 9255

Contact

Algemene wet bestuursrecht

​De Algemene wet bestuursrecht (afgekort Awb) bevat algemene regels bevat voor de verhouding tussen de overheid en de individuele burgers, bedrijven en dergelijke. De AwB bepaalt of het verstrekken van een bijdrage voor landschapsbeheer moet worden aangemerkt als een subsidie. Daarbij zijn 4 elementen van belang:

1)   Aanspraak op financiële middelen: hieronder vallen in beginsel ook door de 
      provincie verstrekte kredieten en garanties;
2)   door een bestuursorgaan verstrekt;
3)   met het oog op bepaalde activiteiten;
4)   anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of
      diensten.

Dit geldt voor de relatie tussen de overheid en het landschapsfonds, en tussen het landschapsfonds en de beheerder.

De door de provincie aan het landschapsfonds te verstrekken financiële middelen zijn een doeluitkering, die door een bestuursorgaan wordt verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten (het stimuleren van landschapsprojecten) (geoormerkt geld). Dat betekent dat de verstrekte financiële middelen moeten worden aangemerkt als een subsidie, tenzij de te verstrekken middelen moeten worden aangemerkt als ‘betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten’. Van dit laatste is sprake als de beheerder een marktconforme vergoeding ontvangt voor door hem te leveren diensten. Van een marktconforme vergoeding is sprake als naast de vergoeding voor gemaakte kosten ook een winstopslag wordt uitbetaald. Een subsidie dient volgens de Awb volgens een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit dient te worden verleend. Een subsidie kan niet door middel van een overeenkomst (van opdracht) worden verleend.
Hetzelfde geldt voor de financiële relatie tussen het landschapsfonds en de beheerder (als het landschapsfonds kan worden gezien als een bestuursorgaan).

Er is sprake van een bestuursorgaan als:
1)   de betreffende rechtspersoon krachtens publiekrecht is ingesteld
      (artikel 1:1 lid 1 sub a Awb), of
2)   de persoon met enig openbaar gezag bekleed is (artikel 1:1 lid 1 sub b Awb).

Een stichting is geen bestuursorgaan op basis van 1), maar kan onder bepaalde omstandigheden wel onder wel onder een ‘persoon met enig openbaar gezag’ vallen. Daarvan lijkt sprake te zijn als:

1)   de overheid (i.c. de betreffende provincies) het treffen van de betreffende 
      voorziening (i.c. een landschapsfonds) als haar taak heeft opgevat.
2)   maar ook als de gemeente/provincie invloed heeft op de stichting.
      Er is sprake van invloed:
    -    bij de uitvoering van een overheidstaak;
    -    als de gemeente/provincie menskracht en/of middelen beschikbaar stelt;
    -    als de gemeente/provincie het recht heeft om:
        •    Bestuurders te benoemen of te ontslaan;
        •    Wijzigingen van statuten goed te keuren
        •    Begroting en jaarrekening goed te keuren.
 


Als een stichting moet worden aangemerkt als een bestuursorgaan heeft dit als consequentie dit het verstrekken of afwijzen van vergoedingen een besluit is waartegen derden bezwaar en beroep kunnen aantekenen volgens de Awb.

Als een overheid wil voorkomen dat de beslissingen van de stichting over het al dan niet verstrekken van financiële middelen moet worden aangemerkt als appellabele (subsidie)besluiten, dient de overheid ervoor te zorgen dat zijn invloed op het verstrekken van die financiële middelen zo beperkt mogelijk is. In dat verband is vooral van belang dat de stichting de vrijheid heeft om in het individuele geval zelf te kunnen bepalen of en onder welke voorwaarden financiële middelen worden verstrekt.