De Europese Commissie heeft een richtlijn vastgesteld voor aanbestedingen. Deze Europese richtlijn is in Nederland opgenomen in het
Besluit Aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (BAO). In het BAO is een uitputtende lijst opgenomen met diensten die niet hoeven te worden aanbesteed. Het BAO maakt onderscheid in 2A- en 2B-diensten: 2A-diensten vallen onder de volledige werking van de aanbestedingsrichtlijn. Op 2B-diensten is slechts een deel van de richtlijn van toepassing. De overheid dient 2A-diensten Europees aan te besteden zodra overschrijding van de drempelwaarde voor diensten plaatsvindt. De Europese Commissie stelt elke twee jaar nieuwe drempelwaarden vast. Op dit moment bedraagt de drempelwaarde voor diensten € 193.000.
De taken van een landschapsfonds (bundelen van gelden en het uitbetalen ervan) vallen naar alle waarschijnlijkheid onder de 2A-diensten, en moeten door de overheid worden aanbesteed bij overschrijding van de drempelwaarde voor diensten.
Een uitzondering is de zogenaamde ‘inbesteding’. Er is sprake van inbesteding als een openbaar lichaam opdrachten verleent aan een entiteit die juridisch van hem te onderscheiden is, maar die zich binnen zijn eigen gezagsstructuur bevindt. Er is geen aanbestedingsprocedure nodig:
(1) indien de opdracht wordt verleend aan een rechtspersoon, waarop de overheid
toezicht zoals op haar eigen diensten uitoefent (het toezichtcriterium); en
(2) indien deze rechtspersoon het merendeel van zijn werkzaamheden ten behoeve
van de aanbestedende dienst die hem beheerst, verricht (het
merendeelcriterium).
Indien aan bovenstaande eisen wordt voldaan, hoeft de overheid bij het inschakelen van bijvoorbeeld een stichting om geld aan een landschapsbeheerder te geven die dienst die de stichting verricht niet aan te besteden.