Alle belanghebbenden en deelnemers vervullen een rol, bedoeld of onbedoeld. Het is belangrijk na te gaan wat die rol kan zijn in het landschapsfonds en de uitvoeringsorganisatie. Om te bepalen wie betrokken moet zijn bij het oprichten en inrichten van het landschapsfonds zijn de volgende vragen van belang:
- Welke organisatie of welke persoon kan de betreffende groepen
vertegenwoordigen?
- Houdt deze vertegenwoordiger zelf, of de organisatie van het landschapsfonds
de achterban op de hoogte en betrekt hen bij het oprichten en inrichten van het
landschapsfonds? Het is belangrijk rekening te houden met partijen die (soms al
een lange traditie van) tegengestelde meningen hebben. Vaak is het
beter "tegenkrachten" in eerste instantie buiten de projectgroep te houden, en
gaandeweg af te tasten of er gemeenschappelijke doelen zijn te vinden. Er dient
evenwicht te zijn tussen een slagvaardige projectgroep met een beperkt aantal
mensen, en een breed draagvlak.
- Op welke (potentiële) kring van deelnemers richt de samenwerking zich?
- Wie moeten bij de samenwerkingsafspraken betrokken worden om het
samenwerkingsverband kans van slagen te geven Het is van belang om alle
partijen te betrekken, om de gewenste veranderingen in het veld op gang te
brengen. Soms is het verstandig om met een klein team voorbereidend werk te
doen. De effectiviteit van de samenwerkingsinspanningen hoort in balans te zijn
met de inspanningen die nodig zijn voor het verkrijgen van instemming van
zoveel mogelijk partijen. De continuïteit van de samenwerking wordt
gewaarborgd door de verschillende deelnemers vanuit een min of meer
gelijkwaardige positie te organiseren en te betrekken vanuit die posities.
Participatie vanuit georganiseerde kringen van gelijkgerichte belangen
(collectiviteiten) levert meer op dan vanuit directe participatie door individuele
partijen (burgers of ondernemingen). De laatste groep moet echter wel
geïnformeerd worden en gelegenheid krijgen. Denk in relatie tot particuliere
grondeigenaren aan het oprichten van verenigingen van eigenaren. Ondernemers
kunnen ondernemingsverenigingen of coöperaties oprichten.
In de Ooijpolder is een proeftuincommissie onder voorzitterschap van een burgemeester en een bestuurlijke commissie onder voorzitterschap van een Nijmeegse wethouder. Bestuurlijk committent is nodig om het project continuïteit te geven.
In Tubbergen is een nauwe samenwerking tussen verschillende organisaties via: Platform Natuur en Landschap (lokale natuurorganisaties) en de Stichting Plattelandsontwikkeling Tubbergen (natuurorganisaties, GLTO, bedrijven, waterschap).
In Midden Delfland zijn de volgens organisaties betrokken bij het opzetten van het landschapsfonds: Midden Delflandvereniging, Agrarische Natuurvereniging Vockestaert, Midden-Delfland Mensenwerk, Groen.