Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten voor samenwerking? De volgende vragen kunnen u helpen de uitgangspunten te formuleren:
1. Is de samenwerking gericht op een (eindig) project of is de
samenwerking van onbepaalde duur (met een in de tijd wisselende
inhoud)?
De investering in het oprichten van een rechtspersoon is te verkiezen wanneer
het gaat om meer duurzame vormen van samenwerking. Voor tijdelijke
samenwerking op projectbasis ligt een contractuele rechtsvorm meer voor de
hand (tenzij vanuit economische risico’s of aansprakelijkheden een juridische
scheiding gewenst is).
2. Is het gemeenschappelijke belangenkader helder af te bakenen
waarop de samenwerking betrekking heeft?
Niet alle belangen lopen parallel. Een gemeenschappelijk belangenkader begint
meestal pas wanneer partijen het eens zijn over de vertrekpunten (zoals een
vastgesteld bestemmingsplan) en over de geschilpunten. Een heldere en scherpe
afbakening van het gemeenschappelijk belang voorkomt dat dezelfde
belangenstrijd op meer fronten tegelijk oplaait. De grenzen van het
gemeenschappelijk belangenkader maken ook duidelijk welke zaken door
deelnemers buiten het samenwerkingsverband dienen te worden opgelost
en welke zaken onderwerp van discussie zijn binnen het samenwerkingsverband.
3. Is het samenwerkingsgebied duidelijk begrensd?
Voor een goed overzicht over de mogelijke krachtenbundelingen is een
geografische afbakening van het gebied waarop de samenwerking betrekking
heeft van belang. Vervolgens kunnen de samenwerkingsverbanden
geïnventariseerd tussen (potentiële) deelnemers aan de beoogde samenwerking.
De ervaringen en bestaande structureren kunnen mogelijkheden (of
belemmeringen) bevatten die van belang zijn bij de keuze van de rechtsvorm.
4. Welke concrete doelen streven partijen na met de samenwerking?
De verwachtingen van partijen met een sterk verschillende achtergrond kunnen
beter op elkaar afgestemd blijven wanneer een vertaling van de doelstellingen
van de samenwerking in concrete en meetbare doelen mogelijk is. Het
belangrijkste is dat partijen aan het begin van de rit overeenstemming bereiken
over de te bereiken doelen én de methode om deze te monitoren.