Tot slot is het van belang om inzicht te krijgen in het financieel beleid en de uitvoeringsstrategie. Vragen daarbij zijn:
- Is er sprake van cofinanciering, en zo ja; hoeveel bedraagt de
cofinanciering?
- Subsidiëren en/of financieren. Is er sprake van voorfinanciering van
Hierdoor kunnen middelen meerdere malen worden ingezet. Of is sprake van
subsidie à fonds perdu?
- Wat is de
vergoedingsgrondslag voor te leveren diensten? Is er sprake van een
kostenmodel, van een batenmodel of van een marktmodel?
- Is er sprake van een subsidie of van een marktconforme vergoeding voor
geleverde diensten (opdracht op basis van meerdere offertes)?
- Wat is de looptijd van de contracten met de beheerders (bijv. 6 jaar zoals in
het subsidiestel voor Natuur- en Landschapsbeheer, of 30 jaar zoals in
Overijssel)?
De uiteindelijke financieringsbehoefte kan pas worden bepaald als deze vragen zijn beantwoord.
De gebiedspartijen moeten ook afspraken maken over de looptijd voor het fonds (voor een bepaalde tijd of voor een onbepaalde tijd).
Tevens moeten partijen nadenken over een fondsenwervingsbeleid, met als aandachtspunten:
- doelstelling te verwerven middelen;
- te benaderen partijen
- manier waarop partijen worden benaderd.