Een kleine vier jaar later beslaan de zaden 7 hectare van het 27 hectare grote bedrijf van de familie Odding. Bas teelt er nog altijd hoogwaardige pootaardappelen, tarwe, suikerbieten en uien. Waar de reguliere akkerbouw vooral draait om volume en marktprijs, is zadenteelt een wereld van precisie. Tom: “Je moet voortdurend waarnemen en inschatten. Sommige bloemen gaan dicht op het moment dat je wilt oogsten; dat weet je pas als je het een keer fout doet. Het is geen standaardteelt. De productie gebeurt in overleg met Cruyd-Hoeck, afgestemd op de vraag. En oogsten luistert zó nauw.” Dat oogsten gebeurt met een speciaal ontwikkelde ‘zaadstofzuiger’, die achter de trekker wordt gehangen. ‘Op droge dagen, meestal rond twee uur ’s middags, rijpen de zaden optimaal en waaien ze makkelijk los. Maar je moet er op tijd bij zijn, anders zijn ze weg.’ Sommige soorten staan op kleine proefvelden of laag bij de grond. Dan wordt een handstofzuiger op de rug gebruikt. ‘Veel soorten rijpen niet in één keer’, vervolgt Tom.
‘Je oogst dus in meerdere rondes. Doe je dat niet, dan mis je de late zaden. En je wilt juist het volledige spectrum oogsten. Dat maakt het arbeidsintensief.’ Tom teelt nu twaalf soorten, waaronder echte koekoeksbloem, gele morgenster, duizendblad, reukeloze kamille en wilde peen. ‘Elke keer denk ik: dit is mijn favoriet. Maar dan gaat de volgende soort bloeien en denk ik: nee, déze is het allermooist. Nu staat bijvoorbeeld de koekoeksbloem in bloei. Echt prachtig. Maar straks bloeit het slangenkruid dan dat zoemt dan van de insecten. En het lijkt net alsnog het paars licht geeft.’ ‘Madeliefjes zijn ook zo mooi’, vult Bas aan. ‘Die ken je vaak alleen uit je eigen tuin, waar ze verspreid tussen het gras groeien. Maar als je banen madeliefjes in een veld ziet, is het een soort witte deken.’