Het uiteindelijke doel van Tom is op een ecologisch goede manier te werken en zelf ideeën uit te proberen. Het levert hem op dit moment geen SKAL (biologische) certificering op, want de bloemzaden vallen niet onder de voedselproductie. Tom: ‘Terwijl het een natuurlijke wijze van produceren is, zonder kunstmest, bestrijdingsmiddelen enzovoorts’. Tom zag het positieve effect meteen in het eerste jaar: ‘Enorm veel insecten, vlinders, bijen, zweefvliegen, daar boven de zwaluwen! Sommige mensen zeggen ‘wat heeft het voor nut, je gaat de biodiversiteit niet meer redden’. Maar ik zag in jaar 1 het land veranderen.’ Belanden de insecten bij het oogsten niet in de machines? Tom lacht: ‘Ik kom ze zelden tegen in de zuiger, en zo ja dan kunnen ze de machines ook weer uit.’
Voor het zaaien bekijkt Tom samen met Cruydt-Hoeck wat de verwachte opbrengst van de soorten is en wat er per soort nodig is. Momenteel heeft Tom madelief, grote klaproos, bolderik, echte koekoeksbloem, gewoon biggenkruid en gele morgenster. Volgend jaar komen daar wilde peen en wellicht andere soorten bij. Tom : De echte koekoeksbloem doet het dit jaar minder goed, dus daar moeten we nog even naar kijken. Er is meer biggenkruid nodig, dat areaal kunnen we iets opschalen.’ Bij het maken van de plannen hoort ook bewaken dat er afwisseling is tussen gewassen die veel en minder werk vergen. Tom: ‘Biggenkruid kan je van begin juni tot augustus iedere dag oogsten. Dat duurt een uur per dag. Maar als je dus nog vijf van die soorten hebt, ga je het met het werk niet redden. Oogsten kan namelijk alleen in de middag, dan is de luchtvochtigheid goed om de pluizen op te zuigen.’
Gaat er dan bij slecht weer niet te veel verloren, zoals in het regenachtige en winderige voorjaar van 2023? Tom verklaart: ‘Het waait wel een beetje plat, maar het zijn sterke soorten die van nature hier voorkomen. Dit voorjaar was er wat waterschade en bij storm ook wel wat maar het valt mee in vergelijking met andere gewassen.’ De inheemse bloemen hebben nog een ander voordeel, aldus Tom: ‘Ziektes en plagen kunnen er wel in komen, maar lang niet zo erg als in uien of bieten, omdat de soorten hier horen en genetisch van nature sterk zijn.’