Het familiebedrijf van de Venners gaat terug tot 1818. Traditioneel als melkveehouderij in Limburg, maar dit had weinig perspectief voor groei. “Mijn vader zag al snel dat uitbreiden naar honderd koeien op onze locatie niet haalbaar was,” legt Luuk Venner uit. De melkveetak bleek verliesgevend, en de familie overwoog het bedrijf op te geven.
In 2019 kwam een nieuw idee echter van Mark, die een opleiding in bos- en natuurbeheer volgde. Geïnspireerd door voedselbossen en agroforestrysystemen, stelde hij een andere aanpak voor: een landbouwmodel dat samenwerkt met de natuur. “Het leek in eerste instantie te mooi om waar te zijn,” zegt Luuk, “maar na een bezoek aan een voedselbos in Groesbeek waren we om.” Ze besloten een pilot te draaien op 5 hectare. Voor vader Venner, die in zijn hoofd al afscheid had genomen van het bedrijf, was de nieuwe richting een verademing. Zijn onderneming kon zo toch nog worden voortgezet.